Eddie Jordan (1948-2025): De man die rock-'n-roll naar de Formule 1 bracht
Eddie Jordan is op 76-jarige leeftijd overleden aan kanker. De Ier was een energieke ondernemer die in de jaren 90 een frisse en rebelse wind door de Formule 1 liet waaien.

Geboren in Dublin overwoog Jordan in zijn jeugd een carrière als priester, maar koos uiteindelijk voor de financiële sector en werd bankmedewerker bij de Bank of Ireland. Toch was hij altijd een ondernemer in hart en nieren, en een doorsnee kantoorbaan paste niet bij hem. Tijdens een bankstaking vertrok hij naar Jersey, waar hij twee banen had om rond te komen. Daar ontdekte hij via het karten op het Belle Vue-circuit in St. Brélade de autosport. Eenmaal terug in Ierland ging hij zelf racen, eerst in de karts, daarna in Formule Ford en Formule 3. Zijn resultaten waren wisselend, maar racen werd zijn grote passie. Om dit te bekostigen, bedacht hij allerlei nevenactiviteiten.
De opkomst van Eddie Jordan Racing
In 1978 won Jordan de regionale en de landelijke Formule Atlantic-titels. Dit trok de aandacht van de Ierse teameigenaar Derek McMahon, die hem in 1979 in het Britse Formule 3-team plaatste naast Stefan Johansson. Dit was het seizoen waarin grondeffect-aerodynamica zijn intrede deed in de Formule 3. Ondanks een nieuwe March 793-wagen kon Jordan echter niet opboksen tegen coureurs als Nigel Mansell en Andrea de Cesaris.

Eddie Jordan met Stefan Johansson
Foto door: Sutton Images
Omdat sponsors wel gecharmeerd waren van zijn vlotte babbel maar minder onder de indruk waren van zijn resultaten, besloot Jordan in 1980 de helm aan de wilgen te hangen en zijn eigen team op te richten: Eddie Jordan Racing. De eerste jaren waren financieel zwaar, maar hij gaf talenten als Ayrton Senna, Martin Brundle en Tommy Byrne kansen om zich te bewijzen.
Toch bleef Jordan zelf ook actief als coureur. In 1981 reed hij samen met Pink Floyd-manager Steve O’Rourke in een BMW M1 bij de 24 uur van Le Mans.
De stap naar de Formule 1
In de jaren 80 groeide Eddie Jordan Racing uit tot een toonaangevend team in de opstapklassen. In 1983 verloor Brundle het Britse Formule 3-kampioenschap nipt aan Senna. In 1989 werd Jean Alesi kampioen in de Formule 3000 onder de vlag van Jordan. Dit was het moment waarop de Formule 1 lonkte.
Jordan bouwde een racewagen met een beperkt budget in zijn fabriek in Silverstone. De auto, oorspronkelijk de ‘Jordan 911’ genoemd, werd vanwege Porsche-protesten omgedoopt tot de 191. Sponsoring vond hij op onconventionele wijze: via een toevallige ontmoeting met Cosworth-man Bernard Ferguson in een pub regelde hij Cosworth V8-motoren. Met zijn charmante voorkomen wist hij vervolgens 7-Up en Fuji Film aan boord te krijgen.

John Watson test de Jordan 911 die later werd omgedoopt tot de Jordan 191
Foto door: Sutton Images
De 191 bleek een goed gebalanceerde en competitieve wagen, maar de rekeningen stapelden zich op. Toen coureur Bertrand Gachot in de gevangenis belandde na een incident met pepperspray in Londen, bood Mercedes geld om hun protegé Michael Schumacher bij Jordan te laten debuteren in de Grand Prix van België. Schumacher imponeerde, maar werd direct weggekaapt door Benetton. Desondanks overleefde Jordan het seizoen en bleef het team in de Formule 1.
Hoogte- en dieptepunten
De eerste jaren waren wisselvallig, maar eind jaren 90 beleefde Jordan Grand Prix zijn hoogtijdagen. In 1998 won Damon Hill op sensationele wijze in de regen op Spa. Een jaar later eindigde het team na twee overwinningen van Heinz-Harald Frentzen als derde in het constructeurskampioenschap, het hoogtepunt van Jordans F1-carrière.

Heinz-Harald Frentzen, Jordan Mugen Honda 199, Mika Hakkinen, McLaren MP4-14
Foto door: Sutton Images
Eddie verkocht in die periode 40 procent van zijn team aan investeringsmaatschappij Warburg Pincus. Zijn focus verslapte, insiders merkten op dat hij zich steeds meer terugtrok. Het werd moeilijker om sponsors en topingenieurs aan te trekken. Steeds vaker moesten coureurs zelf een budget meebrengen. In 2005 besloot Jordan zijn resterende aandelen te verkopen.
Het team veranderde meerdere keren van eigenaar en racet tegenwoordig onder de naam Aston Martin.
Een leven buiten de Formule 1
Na zijn F1-avontuur richtte Jordan zich op vastgoed, paardenrennen en voetbal. Hij bleef betrokken bij de autosport als analist voor de BBC en Channel 4. Ook was hij actief als ambassadeur voor de kankerstichting Young Lives vs Cancer.
Jordan had een tweede huis in Zuid-Afrika, waar hij buurman werd van F1-topontwerper Adrian Newey. In 2024 bemiddelde hij bij Neweys overstap van Red Bull naar Aston Martin.
Hoewel hij minder vaak bij races te vinden was, bleef hij een geliefde en scherpe commentator op tv en radio. In recente jaren presenteerde hij samen met David Coulthard de podcast Formula for Success.
De strijd tegen kanker
In het voorjaar van 2024 werd bij Jordan blaaskanker en prostaatkanker vastgesteld. Hij onderging meerdere chemokuren, maar in december onthulde hij dat de ziekte was uitgezaaid naar zijn wervelkolom en bekken. “Laat je testen”, zei hij in zijn podcast. “In het leven krijg je kansen.”
In zijn laatste maanden zette hij zich in om zijn nalatenschap veilig te stellen. Hij leidde een consortium dat de professionele tak van de Londense rugbyclub London Irish uit de financiële problemen haalde, met als doel het team in 2026 terug te brengen in competitie.
Eddie Jordan laat een blijvende indruk achter in de autosport en daarbuiten. Zijn energie, lef en charme maakten hem tot een unieke en geliefde persoonlijkheid.
Deel of bewaar dit artikel
Beste reacties
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.